Technisch mankement geen overmacht

Er zijn weer twee uitspraken gedaan in rechtszaken tegen KLM en ArkeFly. Na het gevecht om het ‘Sturgeon Arrest’ proberen luchtvaartmaatschappijen zich nu te beroepen op een technisch mankement als buitengewone omstandigheid waardoor zij van mening zijn niet te hoeven uitbetalen.

Echter, rechters in Amsterdam en Den Haag hebben uitspraken gedaan in het voordeel van de passagier. Het betreft een situatie waarbij KLM en ArkeFly zich beroepen op overmacht wanneer er sprake was van een technisch mankement aan het toestel.

De rechtbank in Amsterdam heeft hier het volgende over te zeggen:

21.  Van belang is voorts dat KLM tijdens het pleidooi heeft aangevoerd dat er nog een tweede, al dan niet cumulatieve, reden voor de vertraging was. Volgens KLM werd vlak voor het vertrek van het toestel tijdens de ‘pushback’ een mankement ontdekt: de afdichting was niet in orde. Doordat een ander toestel ingezet moest worden, trad er reeds een vertraging op van ruim 3 uur. In navolging van het arrest van het HvJEU van 22 december 2008 (C-549/07 Wallentin-Hermann) zijn de omstandigheden die een technisch probleem vergezellen alleen ‘uitzonderlijk’ in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening wanneer zij verband houden met een gebeurtenis die niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en laatstgenoemde hierop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen wegens de aard of de oorsprong van die gebeurtenis. Nu KLM niet heeft gesteld, laat staan onderbouwd dat het defect aan het toestel voldeed aan bovengenoemd criterium, kan het technisch mankement niet als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening worden aangemerkt. Aangezien het technische mankement reeds een vertraging opleverde van meer dan drie uur, dient het beroep van KLM op artikel 5 lid 3 van de Verordening – ook indien de extreme weersomstandigheden buiten beschouwing worden gelaten – te worden afgewezen.

De rechtbank in Den Haag gaat nog een stap verder en heeft een positieve uitspraak gedaan voor de passagier, waarbij een toestel na opstijgen weer is teruggekeerd naar de luchthaven doordat er onderweg een technische mankement is geconstateerd. De rechter verklaard dat de luchtvaartmaatschappij alleen beroep kan doen op overmacht als het technisch mankement veroorzaakt is door een buitengewone omstandigheid.

Lees hieronder wat de rechtbank in Den Haag heeft besloten met betrekking tot deze situatie:

Overmacht

5.7 Daarmee komt de kantonrechter toe aan het beroep van ArkeFly op overmacht op de voet van artikel 5 lid 3 van de Verordening. In dat artikelonderdeel is bepaald dat geen compensatie verschuldigd is indien de annulering het gevolg is van “buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden”. Het HvJ EU heeft in het Sturgeon-arrest in feite beslist dat dit artikel analoge toepassing vindt in het geval van een langdurige vertraging.

5.8 ArkeFly beroept zich wat dit verweer betreft op de volgende omstandigheden. De vertraging is veroorzaakt door technische problemen, te weten een probleem met het zogenaamde “fuel filter”. Dit filter is tijdens de “pre-flight check” gecontroleerd en leek toen in orde. Het toestel was goed onderhouden en beschikte over een geldig bewijs van luchtvaardigheid. Tijdens de vlucht ontving de bemanning een melding van een probleem met het fuel filter. Het toestel is daarop naar Amsterdam is teruggekeerd, alwaar het filter is vervangen. De vlucht is vervolgens alsnog, met vertraging, uitgevoerd. Het toestel was toentertijd sinds 1 jaar en 2 maanden ‘af fabriek’ bij ArkeFly in gebruik en dus relatief jong.

5.9 Volgens vaste jurisprudentie van het HvJ EU kunnen de in punt 14 van de considerans van de Verordening genoemde gebeurtenissen – waaronder politieke instabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert – leiden tot de in artikel 5 lid 3 van de Verordening bedoelde buitengewone omstandigheden, indien deze hoe dan ook niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van aan de situatie aangepaste maatregelen, dat wil zeggen: maatregelen die op het tijdstip van de buitengewone omstandigheden met name voldoen aan de voor de betrokken luchtvaartmaatschappij aanvaardbare technische en economische voorwaarden. De vervoerder moet aldus aantonen dat zelfs met inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen – voor zover dit geen onaanvaardbare offers zou hebben gevraagd – een annulering of langdurige vertraging als gevolg van de buitengewone omstandigheden kennelijk niet te vermijden was geweest. In het geval van een technisch probleem kunnen de omstandigheden die dat probleem vergezellen uitsluitend als “uitzonderlijk” in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening worden aangemerkt, wanneer zij verband houden met een gebeurtenis die – gelijk de in punt 14 van de considerans genoemde gebeurtenissen – niet inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij en deze luchtvaartmaatschappij daarop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen wegens de aard of oorsprong van die gebeurtenis. Dit zou volgens het HvJ EU bijvoorbeeld het geval kunnen zijn in het geval van – kort gezegd – de bekendmaking van een verborgen fabricagefout van een in gebruik genomen toestel of van beschadiging van een luchtvaartuig door sabotage of terrorisme. Het overmachtbegrip in artikel 5 lid 3 van de Verordening dient voorts te worden uitgelegd in overeenstemming met de in de omgangstaal gebruikelijk betekenis, met inachtneming van de context waarin deze wordt gebruikt en de doeleinden van de Verordening. De bepaling moet bovendien restrictief worden uitgelegd. (HvJ EU 22december2008 [Wallentin-Hermann], NJ 2009/230, UN BG9388)

5.10 Uit hetgeen ArkeFly heeft aangevoerd kan de kantonrechter niet afleiden dat aan het hiervoor omschreven criterium is voldaan. In het bijzonder kan op basis van hetgeen zij heeft aangedragen niet worden vastgesteld dat de omstandigheden die het probleem aan het fuel filter vergezelden verband houden met een gebeurtenis die niet inherent is aan de luchtvaartactiviteit. Uit de feiten dat het filter tijdens de “pre-flight check” nog in orde was en dat het toestel waarmee de vlucht werd uitgevoerd relatiefjong was en in een goede staat van onderhoud verkeerde, volgt zulks immers niet. Het tegendeel zal daarom tot uitgangspunt moeten worden genomen. Aan de vraag of ArkeFly op de betreffende gebeurtenis daadwerkelijk invloed heeft kunnen uitoefenen, wordt dan niet meer toegekomen. Het beroep op overmacht moet dus worden verworpen.

Als u de volledige vonnissen wilt inzien kunt u contact opnemen met EUclaim via info@euclaim.nl

Vorig blogartikel
Amerikaanse wetgeving voor luchtvaartpassagiers uitgebreid
Volgende blogartikel
Vergoeding passagiers van Poch

Geef een reactie

wpDiscuz
Vragen? Chat of bel