Hoe vliegt een vliegtuig?

Het basis principe hoe een vliegtuig kan vliegen ligt in de liftkracht van lucht die over de vleugels stroomt. Door het stroomlijnen van lucht over de vleugels wordt er eigenlijk een soort hoge drukgebied onder de vleugels gecreëerd en een laag drukgebied boven de vleugels.

Vliegtuig

De liftkracht wordt voornamelijk veroorzaakt door de snelheid waarmee de lucht over de vleugels stroomt. Tijdens het vliegen op kruishoogte is er een balans tussen de liftkracht en het gewicht van het toestel. Bij het reduceren van de snelheid verminderd de liftkracht, waardoor het toestel daalt. Het tegenovergestelde gebeurt bij het klimmen. Om de vliegbewegingen beter te controleren en dus te sturen, kan de cockpit crew 3 basis bewegingen maken.

Rollen: “Roll”

Met een rolbeweging kan het toestel in de lucht een bocht maken. Naast de verticale liftkracht ontstaat er ook een horizontale liftkracht, omdat de ene vleugel hoger is dan de andere. Hierdoor ontstaat er een kracht waarbij het toestel een gecoördineerde bocht maakt. Het alleen laten rollen van een toestel wordt gebruikt bij kleine koerswijzigingen.

Gieren: “Yaw”

In geval van een koerswijziging gebruikt de cockpit crew het roer om een bocht te maken. Dit wordt ook wel gieren genoemd. Met het roer kan een scherpere bocht worden gemaakt dan bij het laten rollen van het toestel. Vaak wordt gieren en rollen samen gebruikt om een bocht te maken.

 

Stampen: “pitch”

Met de elevator aan de achterkant van het toestel kan het toestel klimmen en dalen. Door de invalshoek te veranderen wijzigt de liftkracht waardoor het toestel daalt of stijgt.


Als je bovenstaande bekijkt, lijkt het vliegen van een vliegtuig helemaal niet zo lastig. Hier moet wel bij gezegd worden dat ik alle neveneffecten buiten beschouwing heb gelaten, want er komt echt vakman(vrouw)schap bij kijken om dit op een juiste manier te doen.

Geef een reactie

avatar
wpDiscuz
Vragen? Chat of bel