luchthaven vertraagd

Verordening 889/2002

Als u problemen heeft met uw bagage, heeft u gelukkig wetgeving waar u op terug kunt vallen. Uw rechten bij vertraagde bagage worden beschermd in Verordening 889/2002. Verordening 889/2002 is een regelgeving binnen de Europese Unie. Als u aankomt op uw bestemming en daar ontdekt dat uw bagage niet mee is gekomen kunt u zich beroepen op deze regelgeving als:

  • u vloog vanuit een EU-land
  • of als u terugvloog naar de EU met een Europese luchtvaartmaatschappij
  • u een geldige boeking heeft voor de betreffende vlucht

In Verordening 889/2002 staat dat de luchtvaartmaatschappij zorgplicht heeft richting haar passagiers en er verantwoordelijk voor is dat de bagage meereist met de passagier. Als dit niet het geval is moet de luchtvaartmaatschappij voor u zorgen.

Wat moet u doen als u problemen heeft met uw bagage?

Als u erachter komt dat uw bagage niet mee is gekomen baalt u natuurlijk enorm. Maar geen zorgen. We hebben voor u uitgezocht wat u moet doen als uw koffer niet op de bagageband lag. Wilt u meer weten over uw rechten bij vertraagde, vermiste of verloren bagage? Lees dan hier verder.

Check uw rechten

Twijfelt u over waar u recht op heeft bij vertraagde bagage? Dan kunt u dit altijd navragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij of contact opnemen met EUclaim. EUclaim strijdt voor de rechten van vliegtuigpassagiers. Al meer dan 14 jaar bieden wij juridische hulp aan gedupeerde passagiers. Dien uw claim in voor uw verloren of vertraagde koffer en krijg waar u recht op heeft.

Benieuwd wat er precies staat in Verordening 889/2002? Lees het hier

VERORDENING (EG) Nr. 889/2002 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van  13  mei 2002
houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen

(Voor de EER relevante tekst)

 

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeen- schap, en met name op artikel 80, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2), Na raadpleging van het Comité van de   Regio’s,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (3), Overwegende hetgeen volgt:

  • In het kader van het gemeenschappelijk vervoerbeleid is het belangrijk te zorgen voor een passend schadevergoe- dingsniveau voor passagiers die bij een vliegtuigongeval betrokken zij
  • Op 28 mei 1999 is in Montreal een nieuw Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer vastgesteld, waarin nieuwe mondiale aansprakelijkheidsregels in geval van onge- vallen voor het internationale luchtvervoer zijn opge- nomen die de regels van het Verdrag van Warschau van 1929 en latere wijzigingen vervangen (4).
  • Het Verdrag van Warschau zal gedurende onbepaalde tijd naast het Verdrag van Montreal blijven
  • Het Verdrag van Montreal voorziet in een systeem van onbeperkte aansprakelijkheid bij overlijden of letsel van
  • De Gemeenschap heeft het Verdrag van Montreal onder- tekend en heeft het voornemen kenbaar gemaakt partij bij dit Verdrag te worden door het te  
  • Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen (5) dient in overeenstem-

(1) PB C 337 E van 28.11.2000, blz. 68, en

PB  C  213  E  van  31.7.2001,  blz. 298.

(2) PB C 123 van 25.4.2001, blz. 47.

(3) Advies van het Europees Parlement van 5 april 2001 (PB C 21 van 24.1.2002, blz. 256), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 19 december 2001 (PB C 58 E van 5.3.2002, blz. 8)   en besluit van het Europees Parlement van 12 maart  2002.

(4) PB L 194 van 18.7.2001, blz. 38.

(5) PB L 285 van 17.10.1997, blz. 1.

ming te worden gebracht met de bepalingen van het Verdrag van Montreal, zodat een uniform aansprakelijk- heidssysteem voor het internationale luchtvervoer tot stand komt.

  • Deze verordening en het Verdrag van Montreal versterken de bescherming van passagiers en hun fami- lieleden en kunnen niet worden uitgelegd als een verzwakking van hun bescherming ten opzichte van de huidige wetgeving op de datum van aanneming van deze
  • Binnen de interne luchtvaartmarkt wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen nationaal en internationaal vervoer en daarom dienen zowel voor het internationale als het nationale vervoer binnen de Gemeenschap dezelfde mate en aard van aansprakelijkheid te
  • Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zijn maatre- gelen op communautair niveau wenselijk om te komen tot uniforme regelgeving voor alle luchtvervoerders van de
  • Een systeem van onbeperkte aansprakelijkheid bij over- lijden of letsel van passagiers is passend binnen de context van een veilig en modern
  • De luchtvervoerder van de Gemeenschap mag artikel 21, lid 2, van het Verdrag van Montreal niet kunnen inroepen tenzij hij bewijst dat de schade niet te wijten was aan de schuld of nalatigheid van hem of van zijn hulppersonen.
  • Uniforme aansprakelijkheidsgrenzen bij verlies, beschadi- ging of vernietiging van bagage en bij door vertraging veroorzaakte schade die van toepassing zijn op alle door luchtvervoerders van de Gemeenschap verzorgde vervoer, zullen leiden tot eenvoudige en duidelijke regels voor zowel passagiers als luchtvaartmaatschappijen, zodat passagiers zelf kunnen bepalen wanneer een bijko- mende verzekering  noodzakelijk
  • De toepassing van verschillende aansprakelijkheidsrege- lingen op verschillende routes binnen de netwerken van luchtvervoerders van de Gemeenschap zou voor deze maatschappijen onpraktisch en voor de passagiers verwarrend zij
  • Het is wenselijk de slachtoffers van ongevallen en de personen te hunnen laste in de periode onmiddellijk na een ongeval te bevrijden van financiële zorgen op korte termij
  • Krachtens artikel 50 van het Verdrag van Montreal moeten de partijen ervoor zorgen dat luchtvervoerders voldoende verzekerd zijn en bij de naleving van deze bepaling dient rekening te worden gehouden met artikel 7 van Verordening (EEG) 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatiever- gunningen aan luchtvaartmaatschappijen (1).
  • Aan alle passagiers dient basisinformatie over de geldende aansprakelijkheidsregels te worden verstrekt, zodat zij indien nodig vóór de reis een passende aanvul- lende verzekering kunnen
  • De in deze verordening vermelde monetaire bedragen dienen te worden herzien teneinde rekening te houden met de inflatie en eventuele herzieningen van de aansprakelijkheidsgrenzen in het Verdrag van
  • De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van de eventuele bepalingen die nog nodig zijn om het Verdrag van Montreal uit te voeren op punten die niet onder Verordening (EG) nr. 2027/97 vallen,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

 

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 2027/97 wordt als volgt gewijzigd:

  1. de titel wordt gelezen:

„Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoer- ders met betrekking tot het luchtvervoer van passagiers en hun bagage;”;

  1. artikel 1 wordt gelezen:

„Artikel 1

Deze verordening geeft uitvoering aan de bepalingen van het Verdrag van Montreal over het luchtvervoer van passa- giers en hun bagage en bevat een aantal aanvullende bepa- lingen. Tevens breidt zij de toepassing van de bepalingen in kwestie uit tot het luchtvervoer binnen de grenzen van één en dezelfde  lidstaat.;”;

  1. artikel 2 wordt vervangen door:

„Artikel 2

  1. In deze verordening wordt verstaan  onder:
  1. „luchtvervoerder”: een luchtvervoeronderneming met een geldige exploitatievergunning;

„luchtvervoerder van de Gemeenschap”: een luchtver- voerder met een door een lidstaat overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2407/92 afgegeven geldige  exploitatievergunning;(1) PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1.

  1. „schadevergoedingsgerechtigde”: een passagier of elke persoon die volgens het toepasselijke recht gerechtigd is om met betrekking tot die passagier schadeloosstelling te verlangen;
  2. „bagage”: tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, zowel aangegeven als niet-aangegeven bagage in de zin van artikel 17, lid 4, van het Verdrag van  Montreal;
  3. „BTR”: een bijzonder trekkingsrecht, zoals gedefinieerd door het Internationaal Monetair  Fonds;
  4. „Verdrag van Warschau”: het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internatio- nale luchtvervoer, ondertekend te Warschau op 12 oktober 1929, of het Verdrag van Warschau zoals dat op 28 september 1955 is gewijzigd te ‘s-Gravenhage en het Verdrag ter aanvulling van het Verdrag van Warschau, ondertekend te Guadalajara op 18 september 1961;
  5. „Verdrag van Montreal”: het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen betreffende het inter- nationale luchtvervoer, ondertekend te Montreal op 28 mei
    1. Aan in deze verordening voorkomende begrippen die niet in lid 1 zijn omschreven, wordt dezelfde betekenis gehecht als daaraan in het Verdrag van Montreal wordt gegeven.;”;

artikel 3 wordt vervangen door:

„Artikel 3

  1. De aansprakelijkheid van een luchtvervoerder van de Gemeenschap met betrekking tot de passagiers en hun bagage is onderworpen aan alle bepalingen van het Verdrag van Montreal die op die aansprakelijkheid betrek- king
  2. De bij artikel 7 van Verordening (EEG) 2407/92 opgelegde verzekeringsplicht, voorzover ze te maken heeft met de aansprakelijkheid ten aanzien van passagiers, houdt in dat een luchtvervoerder van de Gemeenschap zich verzekert tegen aansprakelijkheid tot een niveau dat toerei- kend is om te waarborgen dat alle schadevergoedingsge- rechtigden het volledige bedrag ontvangen waarop zij overeenkomstig deze verordening recht hebben.;”;
  1. het volgende nieuwe artikel wordt  ingevoegd:

„Artikel 3 bis

Het bijkomende bedrag dat overeenkomstig artikel 22, lid 2, van het Verdrag van Montreal door een luchtvervoerder van de Gemeenschap kan worden verlangd wanneer een passagier verklaart er bijzonder belang bij te hebben dat zijn bagage ter bestemming wordt afgeleverd, is gebaseerd op een tarief dat wordt bepaald door de extra vervoers- en verzekeringskosten voor de betrokken bagage bovenop de desbetreffende kosten voor bagage waarvan de waarde op of beneden het bedrag van de aansprakelijkheidsgrens wordt geraamd. Dit tarief wordt op verzoek aan de passa- giers verstrekt.;”;

artikel 4  wordt geschrapt;

artikel 5 wordt vervangen door:

„Artikel 5

  1. De luchtvervoerder van de Gemeenschap betaalt onverwijld en in elk geval uiterlijk 15 dagen nadat de identiteit van de schadevergoedingsgerechtigde natuurlijke persoon is vastgesteld, een voorschot dat toereikend moet zijn om de onmiddellijke economische noden te lenigen en dat evenredig is aan het geleden
  2. Onverminderd lid 1 moet het voorschot in geval van overlijden ten minste 16 000 bijzondere trekkingsrechten in euro-equivalenten per passagier
  3. Een voorschot impliceert niet dat aansprakelijkheid wordt erkend en mag worden verrekend met elk bedrag dat later op basis van de aansprakelijkheid van de luchtver- voerder van de Gemeenschap wordt uitgekeerd, maar behoeft niet te worden terugbetaald, tenzij in de in artikel 20 van het Verdrag van Montreal bedoelde gevallen of als degene die het voorschot ontvangen heeft niet schadevergoedingsgerechtigd ;”;

artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

  1. Alle luchtvervoerders die in de Gemeenschap luchtvervoersdiensten aanbieden, zorgen ervoor dat de passa- giers op alle verkooppunten, ook voor de verkoop per telefoon of via het internet, een samenvatting van de voornaamste bepalingen inzake de aansprakelijkheid voor passagiers en hun bagage krijgen, die ook de termijnen voor het indienen van een eis tot schadeloosstelling en de mogelijkheid om een speciale verklaring over de bagage af te leggen, vermeldt. Om aan hun informatieplicht te voldoen, moeten alle luchtvervoerders in de Gemeenschap gebruikmaken van de kennisgeving in de bij De samenvatting en de kennisgeving kunnen niet gebruikt worden als grondslag om een schadeloosstelling te vorderen of om de bepalingen van deze verordening of het Verdrag van Montreal uit te leggen.
  2. Naast de krachtens lid 1 verplichte inlichtingen verstrekken de luchtvervoerders voor de aankoop of verstrekking van luchtvervoersdiensten in de Gemeenschap elke passagier een schriftelijke mededeling  met:
  • in voorkomend geval, het voor de desbetreffende vlucht geldende maximum inzake de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder voor overlijden of letsel;
  • het voor de desbetreffende vlucht geldende maximum inzake de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder voor vernietiging, verlies of beschadiging van bagage, vergezeld van een waarschuwing dat bagage met een hogere waarde dan dit bedrag bij de vertrekbalie bij de luchtvervoerder moet worden aangemeld of vóór de reis volledig door de passagier moet worden verzekerd;
  • het voor de desbetreffende vlucht geldende maximum inzake de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder voor door vertraging veroorzaakte   
    1. Voor al het door luchtvervoerders van de Gemeenschap verrichte vervoer zijn de conform de kennisgevings- plicht van de leden 1 en 2 vermelde maxima zoals deze zijn vastgesteld bij deze verordening, tenzij de luchtvaartmaatschappij van de Gemeenschap op vrijwillige  basis

hogere maximumgrenzen toepast. Voor al het vervoer door luchtvaartmaatschappijen van buiten de Gemeenschap zijn de leden 1 en 2 alleen van toepassing op vervoer naar, vanuit of binnen de grenzen van de Gemeenschap.;”;

artikel 7 wordt vervangen door:

„Artikel 7

Uiterlijk drie jaar na de datum waarop Verordening (EG) nr. 889/2002 van het Europees Parlement en de Raad van toepassing wordt (*), stelt de Commissie een verslag over de toepassing van de verordening op. Met name zal de Commissie daarbij nagaan of de in de desbetreffende artikelen van het Verdrag van Montreal vermelde bedragen moeten worden herzien in het licht van de economische ontwikkelingen en de kennisgevingen van de bewaarnemende instantie van de internationale organisatie voor de burgerluchtvaart (ICAO).

(*) PB L 140 van 30.5.2002, blz. 2.”;

  1. de volgende bijlage wordt toegevoegd:

„BIJLAGE

Aansprakelijkheid van luchtvaartmaatschappijen voor passagiers en hun bagage

Deze informatieve kennisgeving geeft een samenvatting van de aansprakelijkheidsregels die luchtvaartmaatschappijen van de Gemeenschap overeenkomstig de EG-wetgeving en het Verdrag van Montreal toepassen.

Schadeloosstelling bij overlijden of letsel

De aansprakelijkheid voor overlijden of letsel van passagiers is niet door financiële limieten beperkt. Voor schade tot 100 000 bijzondere trekkingsrechten (bedrag bij benadering in plaatselijke munt) kan de luchtvaartmaatschappij vorderingen tot schadeloosstelling niet betwisten. Boven dat bedrag kan ze zich tegen een vordering verzetten als ze het bewijs kan leveren dat ze niet nalatig is geweest of anderszins in gebreke is gebleven.

Voorschotten

Als een passagier gewond raakt of om het leven komt, moet de luchtvaartmaatschappij binnen 15 dagen nadat de schadevergoedingsgerechtigde geïdentificeerd is, een voorschot uitbetalen om aan de onmiddellijke economische behoeften tegemoet te komen. In geval van overlijden kan het voorschot niet minder dan 16 000 bijzondere trekkingsrechten (bedrag bij benadering in plaatselijke munt) bedragen.

Vertraging van passagiers

In geval van vertraging van passagiers is de luchtvaartmaatschappij aansprakelijk voor schade die ontstaat, tenzij zij alle redelijke maatregelen getroffen heeft om de schade te voorkomen of in de onmogelijkheid verkeerde om dergelijke maatregelen te treffen. De aansprakelijkeheid voor vertraging van passagiers is beperkt tot 4 150 bijzondere trekkingsrechten (bedrag bij benadering in plaatselijke munt).

Vertraging van bagage

In geval van vertraging van bagage is de luchtvaartmaatschappij aansprakelijk voor schade die ontstaat, tenzij zij alle redelijke maatregelen getroffen heeft om de schade te voorkomen of in de onmogelijkheid verkeerde om dergelijke maatregelen te treffen. De aansprakelijkheid voor vertraging van bagage is beperkt tot 1 000 bijzondere trekkingsrechten (bedrag bij benadering in plaatselijke munt).

Vernietiging, verlies of beschadiging van bagage

De luchtvaartmaatschappij is aansprakelijk voor vernieti- ging, verlies of beschadiging van bagage tot een maximum van 1 000 bijzondere trekkingsrechten (bedrag bij benadering in plaatselijke munt). Wanneer het aangegeven bagage betreft, is de maatschappij ook aansprakelijk indien zij niet in gebreke is gebleven, tenzij de bagage al beschadigd was. Wanneer het niet-aangegeven bagage betreft, is de luchtvaartmaatschappij slechts aansprakelijk als zij in gebreke is gebleven.

Hogere limieten voor bagage

Er kan een hogere aansprakelijkheidslimiet gelden indien de passagier voordat hij aan boord is gegaan, een speciale verklaring heeft afgelegd en een aanvullende vergoeding heeft betaald.

Klachten over bagage

Als de bagage beschadigd, vertraagd, vermist of vernietigd is, moet de passagier zo spoedig mogelijk bij de luchtvaartmaatschappij een schriftelijke klacht indienen. In geval van beschadiging van aangegeven bagage moet de passagier binnen zeven dagen een schriftelijke klacht indienen en  in  geval  van  vertraging  van  aangegeven bagage binnen 21 dagen na de datum waarop de bagage tot zijn beschikking is gesteld.

Aansprakelijkheid van de contractuele vervoerder en die van de feitelijke vervoerder

Als de luchtvaartmaatschappij die de vlucht verzorgt niet dezelfde is als de maatschappij waarmee het vervoerscontract is gesloten, heeft de passagier het recht een klacht of een vordering tot schadeloosstelling aan elk van beide maatschappijen te richten. Indien de naam of code van een luchtvaartmaatschappij op het ticket staat, is die maatschappij de vervoerder waarmee het vervoerscontract is gesloten.

Termijn voor gerechtelijke procedure

Een gerechtelijke procedure tot het verkrijgen van schadeloosstelling moet worden aangevangen binnen twee jaar na het tijdstip van aankomst van het vliegtuig of  het tijdstip waarop het vliegtuig had moeten aankomen.

Grondslag voor de kennisgeving

Grondslag voor deze regels is het Verdrag van Montreal van 28 mei 1999, dat in de Gemeenschap wordt uitgevoerd door Verordening (EG) nr. 2027/97 (gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 889/2002) en de nationale wetgeving van de lidstaten.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeen- schappen.

Zij is van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding daarvan of met ingang van de datum waarop het Verdrag van Montreal voor de Gemeenschap in werking treedt, naargelang welke datum de laatste is.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 mei   2002.

Voor het Europees Parlement De voorzitter

  1. COX

Voor de Raad De voorzitter

J.  PIQUÉ  I CAMPS

Vragen? Chat of bel